Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Vandaag kwam een monteur onze meterkast bekijken, omdat we over gaan stappen op driefasestroom. Terwijl hij met zijn neus in de meterkast zat, dwaalde ik een beetje af naar de drie fasen in mijn leven.

Fase één was voor mij de periode waarin ik opgroeide en als ikje de wereld verkende en leerde kennen. Ik groeide op tussen twee grote broers en een grote zus, ging naar school en speelde buiten met vriendjes en vriendinnetjes. De middelbare school kwam in zicht, dansles, een vriendje en het bijbehorende liefdesverdriet. Toen al was het leven een prachtige ontdekking die gepaard ging met vallen en opstaan.

Dat vallen ging altijd vanzelf, maar het opstaan, dat vond ik niet altijd makkelijk. Gelukkig had ik lieve ouders die mij daar heel goed bij hielpen. Of eigenlijk moet ik zeggen, heel goed in begeleidden, want dan moest ik van hen wel zelf overeind krabbelen. En juist daar heb ik de rest van mijn leven alleen maar profijt van gehad, want wat ben ik onderweg vaak gevallen.

Fase twee brak aan: de ware liefde kwam om de hoek kijken. We trouwden en mijn ikje was dolgelukkig. Zo intens gelukkig dat het fijn was om ook vaak samen wij te zijn. Maar altijd was er toch ook nog meer dan genoeg plaats voor ik. Dat hoorde ook zo, want je bent en blijft twee individuen, ook al ben je voortaan samen. Totdat er een kindje werd geboren. Die intense liefde tussen moeder en dochter verdreef heel dat ikje naar de achtergrond. Voortaan was er tussen haar en mij alleen maar wij. Mijn ikje was nog maar heel ver op de achtergrond te vinden. En toen er weer een hele grote valpartij in mijn leven kwam, werd dat wij-gevoel tussen haar en mij alleen maar groter. Ik klauterde weer overeind en het leven ging verder. Mijn ikje nog steeds heel klein en ons wij nog steeds groot. Naarmate mijn dochter opgroeide en het leven ontdekte, werd haar ikje steeds een beetje groter, maar het wij, dat bleef stevig als een rots overeind.

Fase drie ontstond heel rustigjes. Dochterlief ging het huis uit, trouwde met haar grote liefde en gaf me drie prachtige kleinkinderen. Mijn ikje werd nog kleiner en mijn wij plofte bijna uit elkaar. Wat een machtig goed gevoel geeft dat. Hoe prachtig kan een leven zijn, ook al kom ik ook nu nog weleens een valpartijtje tegen. Het zit hem dan ook niet in het vallen, maar in de manier waarop je weer overeind weet te krabbelen. Dat is volgens mij de hele truc van gelukkig zijn.