Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Iedere voetstap die we in die kille gang zetten, leek door het hele gebouw te dreunen. Door op mijn tenen te lopen, probeerde ik dat brutale geluid een beetje te dempen. Het imposante gebouw maakte dat ik me steeds kleiner ging voelen. Mijn hoofd zakte dieper en dieper weg tussen mijn schouders en ik durfde nauwelijks nog om me heen te kijken.

Vanuit mijn ooghoeken zag ik hier en daar mensen zitten op de donkere, houten banken, die tussen de diverse kamers tegen de muur stonden. De schimmige gestalten maakten soms een snotterend geluid en een enkeling leunde hulpeloos snikkend tegen de koude tegelwand. De zielloze gang leek me steeds verder op te slokken en ik voelde de koude tot in mijn botten.
‘Kamer zes! We zijn er!’ Joost zijn mededeling deed me schrikken.

‘Nog even en dan ben jij ook een onderdeel van deze schimmenwereld’, flitste het door me heen. ‘Maar dan een schim, die dapper probeert om niet te gaan janken’, prentte ik mezelf in.

Ik zuchtte eens diep, keek Joost even aan en klopte kordaat op de deur. Met een piepend geluid zwaaide de zware deur open en we werden in een kleine zaal binnengelaten. Drie figuren in zwarte toga’s zaten achter een enorm bureau. Een andere toga kwam naar me toe, stelde zich voor en legde me uit dat hij me zou vertegenwoordigen. Ik vond het allemaal best en ging, nog steeds diep onder de indruk, tussen Joost en de toga zitten.
De middelste van de drie toga’s achter het bureau noemde onze namen en vroeg me of ik toch echt wel wilde scheiden van Joost. Gelukkig gaf de toga naast mij een bevestigend antwoord, want zelf had ik dat ene kleine woordje nooit over mijn lippen kunnen krijgen. Dat woordje ‘ja’ dat ik zielsgelukkig uitsprak op onze trouwdag, terwijl Joost liefdevol kneepjes in mijn hand gaf. Dát woordje schilderde nu met één penseelstreek mijn hele toekomst inktzwart.

‘Natuurlijk wil ik niet van hem scheiden’, schreeuwde ik luidkeels. ‘Ik wil dat dit hele circus ophoudt en dat iemand die vreselijke film stopzet. Ik wil gewoon met Joost en Julia naar huis, weg uit deze naargeestige wereld! Is er dan niemand die Joost weer bij zinnen kan brengen?’

Ik snikte wanhopig, maar een glazen stolp, door onzichtbare handen over me heen geschoven, liet mijn hulpeloze kreten niet door en de toga ging onverstoorbaar verder. De woorden voogdij, toeziend voogdij en alimentatie pingpongden door de naargeestige, donkere ruimte. Soms onderschepte de toga naast mij zo’n woord en sloeg het behendig terug. Maar aan het eind van het spel was er geen applaus en geen winnaar. En er was ook niemand die de beker mee naar huis mocht nemen. Aan het eind van het spel liepen twee doodongelukkige en eenzame mensen hand in hand het gerechtsgebouw uit…

Fragment uit mijn debuutroman 'Omdat de natuur anders besliste'. Voor meer info over mijn boek klik dan hier.